Je pensioenfonds heeft je vast een brief gestuurd over "de overstap naar het nieuwe pensioenstelsel". De meeste mensen leggen zo'n brief ongelezen bij de rest van de post. Begrijpelijk, het is droge kost. Maar deze keer verandert er echt iets aan hoe jouw pensioen wordt opgebouwd, en dat is de moeite van vijf minuten lezen waard.
Wat verandert er precies?
Het oude systeem werkte met een belofte: je pensioenfonds probeerde je een vast bedrag per maand toe te zeggen, gebaseerd op je gemiddelde salaris. Klonk zeker, was het in de praktijk niet altijd. Veel fondsen hebben de afgelopen vijftien jaar nauwelijks geïndexeerd omdat de dekkingsgraad (het vermogen van het fonds ten opzichte van de beloftes) te laag was.
In het nieuwe stelsel verdwijnt die belofte. Je pensioenfonds bouwt voor jou een persoonlijk pensioenvermogen op, dat wordt belegd en meebeweegt met de rente en de beurs. Geen vaste toezegging meer, maar een verwacht bedrag dat jaarlijks kan stijgen of dalen. Dat heet in jargon een premieovereenkomst, in plaats van de oude uitkeringsovereenkomst.
Er zijn twee varianten: de solidaire premieregeling en de flexibele premieregeling. Het verschil zit vooral in hoeveel risico collectief wordt gedeeld versus individueel. Voor jou als deelnemer maakt het in de praktijk weinig uit welke variant je fonds kiest, dat is een keuze van de sociale partners, niet iets waar je zelf voor kiest.
Waarom gebeurt dit eigenlijk?
De directe aanleiding is iets dat "de doorsneepremie" heet, en dat is oneerlijker dan het klinkt. In het oude systeem betaalde iedereen hetzelfde premiepercentage, ongeacht leeftijd. Maar de premie van een 25-jarige heeft veertig jaar de tijd om rendement te maken, die van een 60-jarige nog maar vijf. Toch kregen ze er verhoudingsgewijs evenveel pensioen voor terug. Jongeren betaalden dus feitelijk mee aan het pensioen van ouderen.
In het nieuwe stelsel wordt elke premie direct omgezet in kapitaal tegen de rente van dat moment. Eerlijker per leeftijdscohort, maar het betekent ook dat de mensen die decennia hebben meebetaald aan die scheve verdeling nu gecompenseerd moeten worden. Die compensatie loopt via je pensioenfonds en verschilt per fonds, met name de groep geboren tussen ongeveer 1970 en 1990 wordt hiervoor extra gecompenseerd.
Wat merk je er zelf van?
Je pensioen gaat meer op en neer
Waar je Uniform Pensioenoverzicht (UPO) vroeger een min of meer stabiel bedrag toonde, zie je straks een bedrag dat jaarlijks kan schommelen. Dat voelt onwennig, maar het is niet per se slechter: fondsen kunnen nu meer beleggen in aandelen, vooral voor jongere deelnemers, zonder dat strenge bufferregels dat tegenhouden.
Richting je pensioendatum wordt het beleggingsrisico automatisch afgebouwd (life-cycle beleggen), zodat een beursdip vlak voor je pensionering minder hard aankomt dan wanneer je nog dertig jaar te gaan hebt.
"Invaren": je oude pensioenpot verhuist mee
Bestaande, opgebouwde pensioenrechten worden in de meeste gevallen "ingevaren": omgezet naar een persoonlijk vermogen in het nieuwe stelsel. Dit is een operatie die je pensioenfonds collectief uitvoert, niet iets waarvoor jij zelf een formulier invult. Elk fonds heeft daar zijn eigen tijdpad voor, met als uiterste wettelijke deadline 1 januari 2028 waarop alle pensioenfondsen moeten zijn overgestapt.
Ga je erop vooruit of achteruit?
Eerlijk antwoord: dat weet niemand vooraf, en dat is precies het punt. Voorstanders wijzen erop dat fondsen nu structureel meer in aandelen kunnen beleggen en niet meer gedwongen worden tot voorzichtigheid door bufferregels die vooral op papier bestonden. Dat zou op de lange termijn tot hogere pensioenen moeten leiden, en tot vaker kunnen indexeren.
Critici wijzen erop dat de garantie eraf gaat, en dat het risico bij jou als individu komt te liggen in plaats van collectief gedeeld te worden. Er is wel een vangnet, de solidariteitsreserve, een gezamenlijke buffer die schokken deels moet opvangen. Maar een garantie zoals vroeger op papier bestond, is het niet.
Mijn eigen inschatting: het oude systeem oogde zekerder dan het was. Veel mensen dachten een gegarandeerd bedrag te krijgen, terwijl hun fonds al jaren niet indexeerde. Het nieuwe systeem is eerlijker over de onzekerheid die er sowieso al was. Dat is winst, ook al voelt "we weten het niet zeker" ongemakkelijker dan een vast bedrag op papier.
Voor wie is dit relevant om nu al over na te denken?
Zzp'ers en freelancers zonder pensioenfonds. Voor jou verandert er door de Wet toekomst pensioenen niets, want je zat sowieso al buiten de tweede pijler. Je pensioen bouw je zelf op, meestal via je jaarruimte in een lijfrente of door vrij te beleggen. Dat blijft precies zo relevant als voorheen, niet meer en niet minder.
Mensen met een baanhistorie vol korte contracten of uitzendwerk. Als je regelmatig van baan wisselde zonder pensioenfonds, of periodes als zzp'er en in loondienst afwisselde, is de kans groot dat er gaten zitten in je opbouw. Dat probleem verdwijnt niet met het nieuwe stelsel, dat verandert alleen hoe het bestaande fondspensioen wordt berekend.
Mensen die vlak voor hun pensioen zitten bij een fonds met een lage dekkingsgraad. Bij het invaren wordt de knip gemaakt op basis van de actuele situatie van het fonds. Als je dicht bij je pensioendatum zit, is het de moeite waard om de communicatie van je eigen fonds hierover echt te lezen in plaats van weg te leggen.
Wat kun je nu concreet doen?
- Check je verwachte pensioen op mijnpensioenoverzicht.nl. Daar zie je AOW en al je opgebouwde pensioenpotten bij elkaar, ongeacht hoeveel werkgevers je had.
- Lees de transitiebrief van je eigen fonds, ook al is hij saai. Daarin staat wanneer jouw fonds overstapt en of jij tot een gecompenseerde groep behoort.
- Reken door of AOW plus werkgeverspensioen genoeg is. Onze vroegpensioen calculator houdt rekening met beide en laat zien hoe dat zich verhoudt tot je gewenste uitgavenpatroon.
- Pas daarna pas kijken naar een lijfrente. Als er een echt gat blijkt te zitten tussen wat je nodig hebt en wat je krijgt, is jaarruimte benutten een optie, maar reken eerst uit of je die aftrek daadwerkelijk nodig hebt voor je in zee gaat met een verzekeraar.
Mijn kijk hierop
De overstap zelf vind ik verstandig. De doorsneepremie was oneerlijk, en indexatie jarenlang op nul houden terwijl je op papier een "toegezegde uitkering" had, was ook geen houdbare situatie. Waar ik wel voorzichtig van word: dit soort onzekerheid over "je pensioen gaat veranderen" is precies het soort angst waar financiële producten goed op verkopen. Verzeker je er dus van dat je eerst zelf narekent wat je situatie is, voordat iemand je een lijfrente of aanvullende verzekering aanpraat op basis van een gat dat misschien niet eens bestaat.
Voor de meeste werknemers met een fatsoenlijk pensioenfonds verandert er dus vooral iets in hoe je pensioen wordt berekend, niet per se hoeveel je uiteindelijk krijgt. Voor zzp'ers en mensen met gaten in hun opbouw verandert er niets, en was zelf plannen toch al noodzaak.
Bronnen
- Rijksoverheid over het nieuwe pensioenstelsel: officiële uitleg van de Wet toekomst pensioenen
- Mijnpensioenoverzicht.nl: check je AOW en opgebouwde pensioenen
- AFM over pensioen: toezicht en uitleg voor consumenten
- Pensioenfederatie over de Wtp: achtergrond en tijdlijn per fonds